In stilte retraite in een klooster – een ervaring

Waar kom je nu echt tot rust? Rouwdeskundige Xandra Koster vroeg het zich na een zware tijd af en vond het antwoord: bij een stilte retraite in een klooster. “De verandering in mijn hoofd is tegelijkertijd heel subtiel en heel groot.”

stilte reatraite in een klooster - een ervaring

Veel verloren

De afgelopen twee jaar tijd ben ik veel verloren: drie banen, mijn moeder, mijn gezondheid en daardoor ook mijn politieke ambities. Ook mijn beide dochters bleken de (erfelijke) bindweefselaandoening te hebben die bij mij werd ontdekt. Tegelijkertijd was ik druk met het opstarten van mijn bedrijf Rouwkost voor rouwbegeleiding. Op een gegeven moment wilde ik nog maar een ding: rust. Zo besloot ik een stilte retraite te doen. Niet om te verwerken wat is gebeurd, mijn verliezen had ik al verweven in mijn leven. Maar om rust te vinden, in mijzelf en om me heen. En het liefst wilde ik wat van die rust meenemen naar huis.

Stilte retraite in een klooster

December 2014. Als een kennis vertelt over een verblijf in een klooster, weet ik: dit wil ik ook. Op internet vind ik de perfecte bestemming: het gastenhuis van Abdij O.L.V. Koningshoeven in Berkel-Enschot. Op de website lees ik dat iedereen die stilte zoekt welkom is. In dit Trappistenklooster is stilte een groot goed. Het is het leidmotief in het dagelijks leven, in de informatie die aan gasten wordt verstrekt en in de campagne voor het bier dat er wordt gebrouwen: La Trappe. ‘Proef de stilte’ staat op iedere vrachtwagen die de brouwerij verlaat.

Net een echte monnik

Dinsdag 10 februari in de vroege ochtend is het zo ver. Ik reis af naar het zuiden van het land. Vlak voor ik vertrek besluit ik niets mee te nemen om mezelf bezig te houden. Het enige boek dat ik meeneem is ‘De 7 geheimen van de schildpad’ van Aljoscha Schwarz en Ronald Schweppe. Dit boek gaat over stilte. Ik beschouw het als mijn wegwijzer voor als ik mijzelf dreig te verliezen in de afzondering. Om 10.30 uur ben ik binnen op het ommuurde terrein van het klooster. Ik bel aan bij het gastenhuis. Broeder David doet open en nodigt me binnen. Hij is klein van stuk en heeft een ernstig gezicht. Zijn tweekleurige pij is om zijn middel aangesnoerd met een brede leren riem. Net echt, denk ik en tegelijkertijd weet ik dat het echt is. Broeder David werpt een blik op mijn koffer en vraagt droog: “Gaat ge logeren op Nova Zembla?”

Meer stilte: gebedsdiensten overslaan

De gasten en de monniken leven strikt gescheiden. Mij wordt met klem verzocht niet af te wijken van de aangewezen routes. Dus ik zie de monniken, met uitzondering van de gastenbroeders David en Johannes, alleen in de kapel. Is de dienst voorbij, dan ga ik de gang rechts in naar het gastenhuis. De monniken slaan af naar links naar hun eigen vertrekken. Er zijn maar liefst zeven gebedsdiensten per dag. Deze structuur vormt de ruggengraat van de dag en de broeders hopen dat de gasten al deze diensten bijwonen. “De eerstvolgende is om half twaalf”, zegt broeder David na mijn ontvangst. Ook in het infoboekje dat ik vind op mijn kamer lees ik over de diensten, die de monniken graag met hun gasten delen. ‘Een geschenk dat men niet zomaar naast zich neerlegt’, staat er. Ik besluit dat ik af en toe een dienst zal bijwonen, maar zeker niet alle. Ik wil niet nog steeds op de klok moeten letten. Zeven keer per dag diensten moeten bijwonen leidt af van mijn doel: rust en stilte vinden en in mezelf keren. Er is maar een manier waarop ik dit kan doen en dat is mijn eigen manier.

Meer stilte: telefoon uit

Bij het avondmaal ontmoet ik de andere gasten. Er mag gepraat worden en over en weer worden beleefdheden uitgewisseld. Ik doe mee, maar voel er eerlijk gezegd weinig voor om nieuwe mensen te leren kennen. Daarvoor kwam ik niet. De andere gasten volgen wel alle diensten en vinden het geloof ik een beetje raar dat ik dit niet doe. Ook vragen ze zich af wat ik zoek in een klooster, terwijl ik niet gelovig ben. Zij zoeken ook de stilte, maar anders dan ik, ze houden bijvoorbeeld wel contact met het thuisfront, terwijl ik mijn telefoon uit heb staan. Ik voel de verleiding om mee te gaan met de groep en te voldoen aan de verwachtingen, maar ik blijf mijn eigen weg volgen.

Stilte vinden in de kapel

Na het eten gaan we naar de dagafsluiting. De kapel is leeg en donker op een kaars na. Het ruikt er heerlijk naar (lampen)olie. We zitten en wachten af wat er komt. Na een tijd begrijp ik dat de broeders niet meer komen. Ik glimlach. Ook de broeders slaan wel eens een dienst over! Het zitten in die donkere, stille kapel is geweldig. Rustig letten op mijn ademhaling. Ontspannen. Niet praten. Niet wachten tot er wat komt. Puur zijn.  In de volgende dagen ga ik maar naar enkele diensten, maar als ik ga, zorg ik dat ik ruim van tevoren aanwezig ben. Dan is het stil in de kapel. Het mooiste is dat in het donker.

Weldadige stilte

Vier dagen en nachten verblijf ik in het klooster. Ik schrijf veel over mijn ervaringen en gedachten. Ook wandel ik regelmatig door de landerijen en de bossen die bij het klooster horen. Soms lees ik wat of ik zwerf rond in het klooster. Elke plek heeft er geschiedenis. Vaak ga ik zitten in mijn kamer en probeer ik me te bekwamen in het niks doen. Met zoveel tijd om handen lukt dat goed. Ik verstil en vertraag. De momenten van stil zijn en niks doen zijn weldadig. En door het schrijven kom ik op diepere lagen. Ik heb in ieder geval een ding geleerd: praat alleen als het nodig, zinnig en vriendelijk is. Praat niet om interessant te zijn.

Eindelijk stilte in mijn hoofd

Ik dacht dat de grootste uitdaging de verveling zou zijn, maar niets is minder waar. Mijn enige vijand is mijn eigen denken. Op vrijdagochtend zit ik op mijn kamer, op mijn bed. Mijn ogen zijn dicht. Ik denk aan de diensten die ik niet bijwoon. Vandaag heb ik er al twee gemist. Ik concentreer me op mijn ademhaling. Dan denk ik: houd je niet vast aan een boot van steen. Ik zie mezelf in het water met een stenen bootje in mijn armen. De goede raad opvolgend laat ik los en de boot zinkt. Pas dan kan ik om me heen kijken en zie ik een groot blauw wateroppervlak. Prachtig, rimpelloos. Eindelijk stilte in mijn hoofd. De gedachtes en verontschuldigingen over mijn gemiste diensten zijn gezonken. Het me constant verantwoorden aan anderen, in mijn hoofd en letterlijk aan tafel aan de andere gasten, dat was de boot van steen. Ik dacht dat ik door me te verantwoorden rust zou krijgen, maar het tegendeel was het geval. Door de visualisatie met het bootje kon ik het loslaten.

Wezenlijk veranderd en blijvende rust

Op zaterdagochtend zit het er op. Ik pak mijn boeltje, neem afscheid en ga terug naar huis. De rust en de stilte neem ik mee. Later merk ik dat ik op het moment met die boot wezenlijk ben veranderd. Die verandering is tegelijkertijd heel subtiel en heel groot. De rust in mij blijft.

Door rouwbegeleidster Xandra Koster van Rouwkost